Alles ParcTv Pedagogie

Verbindend opvoeden

Straffen en belonen, werkt dat wel?

Toen ik kind was in de jaren ’80 werd er relatief weinig gesproken over opvoeding. Men deed maar wat en hoopte dat het wel goed zou komen. Gelukkig is er het laatste decennium een inhaalbeweging gekomen op het gebied van praktische kennis hieromtrent. Hoe bewuster we het opvoedingsproces kunnen maken, hoe meer onze kinderen in staat zullen zijn zich te ontwikkelen tot volwassen, liefdevolle personen.

Els Vandingenen heeft als mama coach bakken ervaring. Ze begeleidt ouders in het proces van opvoeden. Ze hanteert de algemene principes van ‘verbindend opvoeden’. U kan haar vinden op www.mamabaas.be.

Kijk en luister naar deze inspirerende woorden van Els Vandingenen. 

(zie onder het filmpje voor de uitgeschreven tekst)  

Niet straffen en belonen is nu een heel erg hot item. Je wordt er eigenlijk bij wijze van spreken mee rond de oren geslagen… En ik heb ook heel lang mijn lezingen zo gestart: Niet straffen en belonen. En ik sta daar nog 100% achter.

Maar nu wil ik eigenlijk een beetje voorbij gaan aan de semantische kwestie. Hoe je het noemt, maakt mij eigenlijk niet zo heel erg veel uit. Ik heb heel lang gezegd: niet straffen, niet belonen, maar wel heel duidelijke consequenties en heel duidelijke grenzen.

Niet belonen, maar het is wel prima om iemand te gaan zien en te erkennen en te benoemen in zijn gedrag. Voor mij is dat een wereld van verschil. Absoluut. Maar eigenlijk gaat dat alleen maar over die basis intentie, dat is het enige reële verschil. Dus die semantische kwestie, ik wil daar eigenlijk nu voorbij gaan. Noem het in het ergste geval voor mij: straffen, noem het in het ergste geval: belonen, maar er zijn heel grote ‘maar’s.

Ik ben absoluut niet voor het straffen vanuit het gevoel machteloos te zijn: Ik weet niet wat ik moet doen, het gedrag is helemaal niet zoals ik het wil, dus ik ga nu maar on the spot, vanuit mijn stress, iets verzinnen.

Dat is voor mij straffen wat niet respectvol is, want je gaat heel vaak uit macht iets afnemen, omdat het bij wijze van spreken weinig doordacht is.

Grenzen stellen is meer proactief, het is niet anders, en het is ook altijd vanuit een controle. Ik ben nog in contact met mijn eigen grenzen, ik voel voor mij. Ik zeg meestal als het zo een beetje begint te kriebelen in je buik, als er irritatie komt, dat is een uitnodiging om een grens te stellen. Dan is het ook heel belangrijk om te zeggen: Kijk, stop, voor mij klopt het hier niet meer.

Als kinderen niet van u leren om zichzelf te begrenzen, van wie moeten ze het dan wel leren? Maar ‘grenzen’ is alleen vanuit controle, vanuit respect voor de ander.

Ik heb al vaker het voorbeeldje gegeven: mijn dochter zit op dansles, en op het einde – de mama’s blijven ook kijken – en op het einde van de dansles zeggen al die mama’s: Amai, wat heb jij mooi gedanst, enz… Dit is belonen. Dat is bij wijze van spreken een score geven: ik geef u 9,5/10 op uw dansles vandaag.

Wat wij gaan zeggen, ga het benoemen: Ik heb gezien dat je op dat dansje hebt gedanst en toen heb jij heel hard meegedaan, of je hebt toen met je handen gezwaaid, enz…

Ik heb u gezien, ik heb alle tijd genomen om u te zien, maar wat is mijn oordeel? Dat oordeel is totaal van geen belang. Ik heb u gezien, ik heb u gehoord, ik heb het opgemerkt. En dan ga je het benoemen.

Het gevaar van heel veel belonen is ook dat je de inherente motivatie gaat in het gedrang brengen. Ik geef hier heel graag het voorbeeld van het potje, ik ben helemaal geen voorstander van al die zonnetjes en wolkjes of wat het allemaal is, of stickertjes, omdat, wat is de grootste motivatie voor een kind om op het potje te gaan? Dat is: Oh man, ik heb heel dat lijf hier onder controle! Ik heb hier tot op die kleinste spier, kan ik helemaal onder controle houden…

Dus er is een inherente motivatie om te groeien! Een boom groeit. Alles wat je niet ‘klein knipt’ zoals een bonzai, groeit, tenzij het ziek is. Maar elk gezond wezen wil zich ontwikkelen, wil groot worden, wil evolueren, kinderen willen dat ook. Als jij dan daar gaat staan, met je applaus, of met je dikke duim, of met je chocolaatje, dan ‘overroep’ je letterlijk die inherente motivatie. Het kind heeft eigenlijk geen tijd of ruimte om stil te staan bij: Amai zeg, ik kan dat hier. Want hij gaat het voor jou doen… Of hij gaat het voor een beloning doen, of voor een stickertje… Dus je neemt die inherente, of je gaat die inherente motivatie ‘overroepen’ of afremmen zelfs. Dus wat wordt er heel vaak gezegd; dat belonen kan voor dingen die niet zo heel natuurlijk zijn. Dingen zoals afruimen, of afwassen, dan kan dat heel helpend zijn. Om zo: Amai, dankuwel, te zeggen, dankuwel dat je dat hebt gedaan. Om dat toch wel misschien wat te stimuleren, want dat is niet iets wat we als mens misschien van nature gaan doen.

Maar alles wat te maken heeft met die natuurlijke ontwikkeling of goed zijn voor kinderen of goed willen zijn voor, we moeten dat toch ook durven geloven dat die kinderen dat zelf willen. Wat moeten wij daar weer altijd met ons oordeel, met ons applaus en stickers, alles waarin we als mens zouden groeien, daar moeten we een beetje van af blijven.

Dat moeten we blijven respecteren. Dus daar, alsjeblieft niet te veel applaus, alsjeblieft niet te veel snoepjes en chocolaatjes. Sowieso is een te veel aan applaus, daar worden ze afhankelijk van, dat is al vaak genoeg gezien, en als ze te afhankelijk worden, kunnen ze niks meer zonder applaus. Dus dat kan heel gevaarlijk zijn.

Neem zeker een kijkje naar www.verbindendopvoeden.be